Verwacht: boek Oorlog op de radio

Spannende reconstructie, deels uit nieuwe bronnen, van de radio in oorlogstijd

Tijdens de Tweede Wereldoorlog woedde er een hevige propagandastrijd tussen Radio Oranje, de spreekbuis van de Nederlandse regering in balli...

zaterdag 9 mei 2026

Nieuwe gebouwen

Als de Duitsers in mei 1940 Hilversum arriveren worden ze geconfronteerd met een publieke omroep die sterk afwijkt van het Duitse model. 

Door JAN LIBBENGA

Vóór 1914 bestaat in Nederland slechts de radiotelegrafie, de ‘overbrenging langs radioweg van tekens’; woordoverbrenging is er praktisch nog niet. De Eerste Wereldoorlog wekt de behoefte op om tot ‘radiotelefonische berichtgeving te geraken’. In 1919 wordt een telefoniezender op de Amsterdamse effectenbeurs geïnstalleerd, het begin van de eerste omroepzender in Nederland en in Europa. In datzelfde jaar begint in Den Haag Hanso Idzerda met een telefoniezender voor ontspanningsdoeleinden. Nederland loopt daarmee in Europa voorop; zelfs de BBC raakt geïnspireerd door de Haagse uitzendingen, die tot in het zuiden van het Verenigd Koninkrijk kunnen worden ontvangen.

In 1923 denkt NSF-verkoopdirecteur Willem Vogt dat er onder amateurs wel vraag is naar een betaalbaar radiotoestel dat niet uit karton en draad is vervaardigd. Vertegenwoordigers van de Nederlandse Seintoestellen Fabriek trekken met de toestellen langs installateurs van elektrische apparaten. Die zijn vol lof, maar hebben ook kritiek: ‘Wat kun je ermee horen?’ Vogt schrijft later in zijn memoires: ‘En dan moest ik wel antwoorden: “Niets!” “Niets?!?” Goed, ik mompelde wat over het weerbericht van Vossegat en misschien het tijdsein van de Eiffeltoren in morse, maar dat was niet voldoende om de dealers te enthousiasmeren.’

Op 21 juli 1923 begint de NSF daarom met proefuitzendingen. Een jaar later leidt dat tot de oprichting van de Hilversumsche Draadlooze Omroep (HDO), gevolgd door de Vereeniging Hilversumsche Draadlooze Omroep en de Algemeene Vereeniging Radio Omroep (AVRO).

Deze zender heeft weinig oor voor religieuze uitzendingen. Daarom wordt in juli 1924 de Nederlandsche Christelijke Radio-Vereeniging (NCRV) opgericht, die tegen betaling zendtijd huurt op de NSF-zender en in december 1924 haar eerste uitzending verzorgt. Het volgende jaar is de Katholieke Radio Omroep (KRO) aan de beurt, en kort daarna komt ook de Vereeniging van Arbeiders Radio Amateurs (VARA) zendtijd opeisen. Daarnaast wordt op zondag zendtijd gereserveerd voor de Vrijzinnig Protestantsche Radio Omroep (VPRO).

Deze organisaties hebben onderling nauwelijks contact, maar komen uiteindelijk onder controle van de overheid. Een belangrijke toevoeging aan de omroepwet is de instelling van de Radio Omroep Controle Commissie, die moet voorkomen dat uitzendingen gevaar opleveren voor de veiligheid van de staat, de openbare orde en de goede zeden. Wanneer nazi-Duitsland zijn invloed uitbreidt, wordt het omroepen bovendien streng verboden kritiek op dat regime uit te zenden, omdat dat de Nederlandse neutraliteit in gevaar zou kunnen brengen.

Bij het uitbreken van de oorlog hebben de omroepen zich nog maar net in nieuwe gebouwen gevestigd. In 1938 komt de KRO-studio aan de Emmastraat in Hilversum gereed, op loopafstand van de rooms-katholieke Sint-Vituskerk. De AVRO betrekt een nieuw gebouw aan de ’s-Gravelandseweg en voltooit in 1940 een tweede studioruimte aan de overzijde van het Melkpad, verbonden met een onderaardse gang. De VPRO is gevestigd in een villa op de voormalige buitenplaats Lindenheuvel. Aan de Schuttersweg verrijst de nieuwe NCRV-studio rond een centrale toren, terwijl de VARA al sinds de jaren twintig beschikt over een studio in een villawijk.

Meer over de de omroep in Hilversum in het boek Oorlog op de radio