Verwacht: boek Oorlog op de radio

Spannende reconstructie, deels uit nieuwe bronnen, van de radio in oorlogstijd

Tijdens de Tweede Wereldoorlog woedde er een hevige propagandastrijd tussen Radio Oranje, de spreekbuis van de Nederlandse regering in balli...

woensdag 15 april 2026

Radio Cabaret De Watergeus

Om de programmering van Radio Oranje luchtiger te maken, wordt eind 1940 een nieuw type uitzending gelanceerd, De Watergeus, een politieke revue bestaande uit tekst en liedjes. De liedjes, grotendeels uitgevoerd door Jetty Paerl, beter bekend als Jetje van Oranje, worden door samensteller Loe de Jong verzameld bij Londense muziekhandels. Op de muziek van De kleine Man van Louis Davids schrijft De Jong ook zelf teksten: ‘Toen het oude jaar verdween en het nieuwe jaar verscheen toen moest Mussert selbstverständlich gratulieren, erst Herr Hitler, dan Herr Hess, Seyssie-Inquart en de rest, die deutsche Wehrmacht und die Herren Offiziere, hij dacht niet aan rentenieren.’

‘Dat zingen was echt niet van het maar even doen,’ vertelt Paerl in 1970 aan Het Parool. ‘Regisseur Hans Reyneke van Stuwe leerde me hoe het moest, hoe ik duidelijk moest uitspreken. Het was nooit goed genoeg, het werd er met de knoet ingeslagen, want het moest aan de overkant verstaan worden. Het moest door die stoorzender heen.’

Vrij Nederland meldt in 1941 goedgeluimd dat in Nederland ieder- een de liedjes van Radio Oranje zingt. Op straat kun je kinderen zien touwtjespringen onder het zingen van een ‘kostelijk liedje’ waarvan het eerste couplet luidt: ‘Op de hoek van de straat, Staat een farizeeër. ’t Is geen beest, ’t is geen mens, ’t Is een N.S.B.’er. In z’n hand houdt hij ’n krant. Staat ermee te venten. En verkoopt z’n Vaderland.’

Meer over Radio Oranje in het boek Oorlog op de radio  

zondag 5 april 2026

Een zware onweerswolk

Radio Herrijzend Nederland begon zijn uitzendingen in oktober 1944, met alle technische beperkingen van dien. Als golflengte had de zender uit Eindhoven 420 meter gekozen. 

Door JAN LIBBENGA

Het was de bedoeling geweest de golflengte van Hilversum II — 415 meter — in gebruik te nemen. Maar Hilversum zweeg niet. Ook de andere belangrijke Nederlandse golflengte — 301 meter — was nog bij de vijand in gebruik. Aan de lange golf viel niet te denken. Enig mogelijke oplossing: wat vrijbuiteren in de ether en dan een golflengte kiezen, waar je wel geen recht op hebt, maar die zo dicht mogelijk bij die van Hilversum ligt. 

Uiteindelijk viel de keuze op 420 meter. Overigens niet zonder nog wat laatste strubbelingen, ditmaal met de Geallieerde militaire autoriteiten. In militair operatieterrein, vooral zo dicht bij het front als Eindhoven toen nog lag, mag men maar niet zonder meer een radio-zender laten blazen. Daar kunnen namelijk de radio-verbindingen voor de militaire troepen hinder van ondervinden. 

Directeur Henk van den Broek werd dan ook meteen gebeld toen de zender eigenhandig de frequentie veranderde. 'U weet toch wel, dat U zo iets niet doen mag?' 'Zeker, maar ik meende, dat buitengewone omstandigheden buitengewone maatregelen rechtvaardigen. De Duitsers houden onze Nederlandse golflengten bezet; wij zijn dus wel gedwongen een ander plaatsje te zoeken. Weer gaan uitzenden op de 420 meter is nutteloos. Het programma wordt dan te slecht of helemaal niet ontvangen. Dan kunnen we de zaak net zo goed sluiten'. 'Toch gaat U naar de 420 meter terug".

Grote consternatie. Betekende dit het einde van Herrijzend Nederland? Of alleen maar het begin van een lange serie démarches en besprekingen? Een mistroostige drie kwartier volgde. Toen deed de telefoon zich opnieuw horen. Dezelfde Chief Signals Officer uit Brussel was aan het toestel. 'Wat is Uw besluit na ons gesprek van daarstraks?' 'Wel, Herrijzend Nederland heeft zijn uitzendingen gestaakt'. 'Ja, dat heb ik gemerkt. Waarom doet U dat toch?' 'Om de redenen, die ik U al gezegd heb. Met een teruggaan naar de 420 meter maken wij ons belachelijk; het heeft bovendien geen enkel doel'. Enkele ogenblikken stilte. Toen kwam de stem: 'U bent wel koppig. Maar ik zal het goed met U maken. Kunt U nog 2 meter opschuiven, naar 437 meter?' 'Ja, dat denk ik wel'. „Uitstekend, schuif dan die 2 meter op; stuur onmiddellijk een officiële aanvraag om goedkeuring en ik zal zorgen, dat U die krijgt'. „Mogen wij, in afwachting daarvan, dan weer onmiddellijk gaan uitzenden?' 'Ja. Maar vergeet niet de officiële aanvraag te sturen!'

Een zware onweerswolk was ongedacht snel overgedreven. 

Meer over Radio Herrijzend Nederland in het boek Oorlog op de radio   

dinsdag 24 maart 2026

Oorlog op de radio in Villa DdB

Auteur Jan Libbenga is donderdag 26 maart te gast in Villa VdB (Radio 1) in de rubriek Oud nieuws, waarin oud nieuws leven ingeblazen in de historische rubriek Terug naar Toen.

zondag 22 maart 2026

De eerste stereo uitzending

Terwijl er direct na de bevrijding nog volop werd nagedacht over de toekomst van de publieke omroep, werd ook de technische ontwikkeling niet vergeten. 

Door JAN LIBBENGA

Al in juni 1946 werd voor de eerste maal in de radio-geschiedenis over de normale zenders van een radio-omroep muziek stereofonisch uitgezonden. Hilversum 1 en Hilversum 2, respectievelijk de golflengten 301,5 en 415,5 meter, waren hierbij tegelijk ingeschakeld. 

Dat betekende dat wie de uitzendingen wilde horen, twee toestellen tegelijk moest aanzetten. Wat velen deden. Vrienden en buren brachten hun toestellen bij elkaar in één kamer, in verschillende gemeenten schiepen organisaties van radio-amateurs collectieve luisterposten.

Stereofonie moest in die dagen nog wel worden toegelicht: 'Gewone radiomuziek moet een ruimte-effect ontberen. Zij klinkt vlak, zonder onderscheid van afstand tussen instrumenten en instrumentale groepen van een orkest, zonder den luisteraar de gelegenheid te geven, met behulp van zijn gehoor te bepalen welke positie de geluidsbron in de radiostudio ten opzichte van de microfoon inneemt. Links of rechts, verder of dichtbij.'

Het stereofonische principe hield daarentegen een 'completering van het radiogehoor in, waarbij het menselijk gehoor model is'. 

Het stereofonische concert, dat Radio Nederland op 15 Juni 1946 uitzond, werd verzorgd door het Radio Philharmonisch Orkest onder leiding van Albert van Raalte. Voor het orkest stond een microfooninstallatie, die het Kunsthoofd was gedoopt. Dit kunsthoofd droeg, links en rechts 'ooren'. De linker microfoon voerde het geluid naar den zender Hilversum i, de rechter microfoon naar de zender Hilversum 2. 

Luisteraars kregen nauwkeurige aanwijzingen hoe zij thuis hun twee toestellen, of hun toestel en de luidspreker van de radiocentrale, moesten plaatsen en afstemmen. Liefst op twee meter afstand van elkaar tegen een muur en wel zo naar elkaar toegedraaid, dat de linker en de rechter geluidskolommen elkaar ongeveer anderhalve meter van den muur sneden. In dit snijpunt moest de luisteraar plaatsnemen, even ver van het linker als van het rechter toestel. Een analyse van de binnengekomen luisterrapporten bracht aan het licht, dat ruim negentig procent van de reagerende luisteraars geestdriftig was over het resultaat. Velen maakten vergelijkingen met het luisteren naar muziek in een zaal. Anderen vonden, dat stereofonische radiomuziek, vergeleken bij muziek in een zaal, nog zeer aparte eigenschappen had. 

Toch moest nog lang worden gewacht op stereoradio. Om precies te zijn op  op 1 januari 1969. Op die datum startte de Nederlandse Omroep Stichting (NOS) met regelmatige stereouitzendingen via de radio. Dit gebeurde via het toenmalige Hilversum 3 (later Radio 3, nu NPO Radio 3FM), vele jaren nadat de FM-radio werd in Nederland officieel geïntroduceerd in juni 1954.

Meer over de radio na de oorlog in het boek Oorlog op de radio   

donderdag 5 maart 2026

Hoe werkte de radio als informatiebron in WOII?

Hoe werkte de radio als informatiebron in WOII? Op 26 maart verschijnt: Oorlog op de radio van Jan Libbenga, dat de woelige radiogeschiedenis in en rond de oorlog beschrijft. Een spannende reconstructie, deels uit nieuwe bronnen.

Ruim tachtig jaar geleden stopte Radio Herrijzend Nederland met zijn uitzendingen. Op 3 oktober 1944, nauwelijks drie weken na de bevrijding van Eindhoven, was de omroep van start gegaan met behulp van een in het geheim gebouwde zender van Philips.

‘Hier Herrijzend Nederland, de zender op vrije vaderlandse grond,’ klonk het vanuit het Philips Ontspanningsgebouw in Eindhoven, want aan echte studio’s ontbrak het nog. Als gevolg van een
groot gebrek aan radio-ontvangtoestellen, en een strenge rantsoenering van de elektriciteit, zullen maar weinig Nederlanders die uitzendingen hebben beluisterd.

De zender, voortgekomen uit Radio Oranje moest ‘de stem van de hoop’ worden voor het nog niet bevrijde deel van Nederland. Herrijzend Nederland gaf mensen weer kracht en vertrouwen om het gewone leven op te pakken. Voor het bevrijde deel van het land groeide de zender zelfs uit tot een van de belangrijkste nieuwsbronnen. Ze deed verslag van de bevrijding van Den Bosch en Tilburg, de hevige strijd in Zeeland, en trok direct na de capitulatie met de geallieerden het bevrijde West-Nederland binnen.

De traditionele omroepen hadden geen bemoeienis met Herrijzend Nederland. Hilversum probeerde vanaf 1940 met vallen en opstaan een samenwerking met de bezetter aan te gaan. Want het stopzetten van de uitzendingen zou betekenen dat de omroep in handen zou vallen van de NSB, die de luisteraar ongetwijfeld zou overspoelen met nationaalsocialistische propaganda.

 Nadat eerst was geprobeerd een eigen, aan de Nieuwe Orde aangepaste nationale omroep op te zetten, werden de bestaande omroepen uiteindelijk toch buitenspel gezet. Hun bestuurders werden met wachtgeld naar huis gestuurd en hun bezittingen – waaronder de door leden bekostigde studio’s – in beslag genomen.

Vanaf dat moment verhevigde zich de strijd tussen Londen (Radio Oranje) en de door Duitsers geleide Rijksomroep, compleet met propagandaoorlogen, geheime zwarte zenders en nepnieuws, vergelijkbaar met wat je tegenwoordig op sociale media ziet.

In 1943 vorderde Berlijn zelfs een van de Hilversumse zenders om in te zetten voor Europese propaganda. Ook werd een verbod op radiotoestellen ingevoerd om te voorkomen dat Nederlanders nog langer naar Radio Oranje konden luisteren. Ook in de laatste oorlogsmaanden, toen de Rijksomroep feitelijk al was opgeheven, bleven de Duitsers de geallieerden vanuit Hilversum bestoken met propaganda.

Na de oorlog eisten de omroepen volledig herstel van hun rechten, hoewel hun terugkeer niet vanzelfsprekend was, zeker niet in de ogen van de toenmalige regering-Schermerhorn, die in Herrijzend Nederland de ideale nationale omroep zag en de oude omroepen als collaborateurs. Het leidde begin 1946, terwijl (oud) omroepbestuurders werden gehoord door commissies voor de Zuivering van het Radio-omroeppersoneel en AVRO-oprichter Willem Vogt door de geheime dienst persona non grata werd verklaard, tot een moeizaam compromis in de vorm van de Stichting Radio Nederland in de Overgangstijd, waarin de oude omroepen en Herrijzend Nederland tegen hun zin samenwerkten.

Nog geen jaar later zaten de omroepen met nieuwverworven rechten alsnog stevig in het zadel en werden de fundamenten gelegd van het huidige omroepbestel. En dat niet alleen: de naoorlogse omroepstrijd leverde ook de Wereldomroep en de eerste regionale omroepen op.

Oorlog op de radio schetst voor het eerst een compleet beeld van de radiogeschiedenis in en rond de oorlogsjaren. Jan Libbenga legt de nadruk op de intense strijd tussen Radio Oranje, de Rijksradio en Radio Herrijzend Nederland, gebruikmakend van het onlangs beperkt vrijgegeven oorlogsarchief waarover historici eerder niet konden beschikken.