Door JAN LIBBENGA
De omroepen krijgen te horen dat ze voorlopig kunnen blijven uitzenden, op voorwaarde dat er geen anti-Duitse propaganda wordt uitgezonden. Een meevaller, omdat rekening was gehouden met de volledige overname van de studio's.
Tegelijk vorderen de Duitsers twee villa's (36 en 38) aan het Melkpad, direct achter de pas gebouwde radiostudio van de AVRO. Meestal hield dat in dat de bewoners 24 uur kregen om de woning of het kantoor te verlaten.
In deze villa's vestigt zich de Rundfunkbetreuungsstelle (RBS), die toezicht houdt op de uitzendingen van de omroepen. Alle lijnen van de radiostudio's eindigen in deze villa's, waar de eindregie is gevestigd.
Op 9 maart 1941 komt een einde aan de bestaande omroepverenigingen AVRO, KRO, NCRV, VARA en VPRO. Hiervoor in de plaats komt de Rijksradio De Nederlandsche Omroep (NO), een staatsomroep naar Duits voorbeeld.
Op 1 april 1941 volgt de oprichting van een eigen nieuwsdienst, de Berichtendienst Nederlandsche Omroep (BNO). De BNO houdt zich niet uitsluitend met nieuwsgaring bezig, maar verzorgt tevens economische, land. bouwkundige en culturele uitzendingen. Het BNO-radionieuwsdienst-team bestaat uit 33 medewerkers, waarvan 20 redacteuren met secretariële ondersteuning.
In oktober 1943 verhuist directeur Noordhuis met een inmiddels uitgedunde staf naar de villa
'Nieuwen Engh' op het Melkpad 34 (foto) en komt er dus nog een villa bij.
Na de bevrijding zetelt de radionieuwsdienst (van Nieuwsdienst Radio Nederland via NRU en ANP) op Melkpad 34, later gevolgd door de administratieve afdeling van de AVRO. In 1982 betrekt de (zes jaar daarvoor opgerichte) stichting ’Nederlands Omroepmuseum’ een deel van de villa.
Meer over de Rijksomroep in het boek Oorlog op de radio

Geen opmerkingen:
Een reactie posten