Om de programmering van Radio Oranje luchtiger te maken, wordt eind 1940 een nieuw type uitzending gelanceerd, De Watergeus, een politieke revue bestaande uit tekst en liedjes. De liedjes, grotendeels uitgevoerd door Jetty Paerl, beter bekend als Jetje van Oranje, worden door samensteller Loe de Jong verzameld bij Londense muziekhandels. Op de muziek van De kleine Man van Louis Davids schrijft De Jong ook zelf teksten: ‘Toen het oude jaar verdween en het nieuwe jaar verscheen toen moest Mussert selbstverständlich gratulieren, erst Herr Hitler, dan Herr Hess, Seyssie-Inquart en de rest, die deutsche Wehrmacht und die Herren Offiziere, hij dacht niet aan rentenieren.’
‘Dat zingen was echt niet van het maar even doen,’ vertelt Paerl in 1970 aan Het Parool. ‘Regisseur Hans Reyneke van Stuwe leerde me hoe het moest, hoe ik duidelijk moest uitspreken. Het was nooit goed genoeg, het werd er met de knoet ingeslagen, want het moest aan de overkant verstaan worden. Het moest door die stoorzender heen.’
Vrij Nederland meldt in 1941 goedgeluimd dat in Nederland ieder- een de liedjes van Radio Oranje zingt. Op straat kun je kinderen zien touwtjespringen onder het zingen van een ‘kostelijk liedje’ waarvan het eerste couplet luidt: ‘Op de hoek van de straat, Staat een farizeeĂ«r. ’t Is geen beest, ’t is geen mens, ’t Is een N.S.B.’er. In z’n hand houdt hij ’n krant. Staat ermee te venten. En verkoopt z’n Vaderland.’
Meer over Radio Oranje in het boek Oorlog op de radio
Geen opmerkingen:
Een reactie posten