Terwijl er direct na de bevrijding nog volop werd nagedacht over de toekomst van de publieke omroep, werd ook de technische ontwikkeling niet vergeten.
Door JAN LIBBENGA
Al in juni 1946 werd voor de eerste maal in de radio-geschiedenis over de normale zenders van een radio-omroep muziek stereofonisch uitgezonden. Hilversum 1 en Hilversum 2, respectievelijk de golflengten 301,5 en 415,5 meter, waren hierbij tegelijk ingeschakeld.
Dat betekende dat wie de uitzendingen wilde horen, twee toestellen tegelijk moest aanzetten. Wat velen deden. Vrienden en buren brachten hun toestellen bij elkaar in één kamer, in verschillende gemeenten schiepen organisaties van radio-amateurs collectieve luisterposten.
Stereofonie moest in die dagen nog wel worden toegelicht: 'Gewone radiomuziek moet een ruimte-effect ontberen. Zij klinkt vlak, zonder onderscheid van afstand tussen instrumenten en instrumentale groepen van een orkest, zonder den luisteraar de gelegenheid te geven, met behulp van zijn gehoor te bepalen welke positie de geluidsbron in de radiostudio ten opzichte van de microfoon inneemt. Links of rechts, verder of dichtbij.'
Het stereofonische principe hield daarentegen een 'completering van het radiogehoor in, waarbij het menselijk gehoor model is'.
Het stereofonische concert, dat Radio Nederland op 15 Juni 1946 uitzond, werd verzorgd door het Radio Philharmonisch Orkest onder leiding van Albert van Raalte. Voor het orkest stond een microfooninstallatie, die het Kunsthoofd was gedoopt. Dit kunsthoofd droeg, links en rechts 'ooren'. De linker microfoon voerde het geluid naar den zender Hilversum i, de rechter microfoon naar de zender Hilversum 2.
Luisteraars kregen nauwkeurige aanwijzingen hoe zij thuis hun twee toestellen, of hun toestel en de luidspreker van de radiocentrale, moesten plaatsen en afstemmen. Liefst op twee meter afstand van elkaar tegen een muur en wel zo naar elkaar toegedraaid, dat de linker en de rechter geluidskolommen elkaar ongeveer anderhalve meter van den muur sneden. In dit snijpunt moest de luisteraar plaatsnemen, even ver van het linker als van het rechter toestel. Een analyse van de binnengekomen luisterrapporten bracht aan het licht, dat ruim negentig procent van de reagerende luisteraars geestdriftig was over het resultaat. Velen maakten vergelijkingen met het luisteren naar muziek in een zaal. Anderen vonden, dat stereofonische radiomuziek, vergeleken bij muziek in een zaal, nog zeer aparte eigenschappen had.
Toch moest nog lang worden gewacht op stereoradio. Om precies te zijn op op 1 januari 1969. Op die datum startte de Nederlandse Omroep Stichting (NOS) met regelmatige stereouitzendingen via de radio. Dit gebeurde via het toenmalige Hilversum 3 (later Radio 3, nu NPO Radio 3FM), vele jaren nadat de FM-radio werd in Nederland officieel geïntroduceerd in juni 1954.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten