Ruim tachtig jaar geleden stopte Radio Herrijzend Nederland met zijn uitzendingen. Op 3 oktober 1944, nauwelijks drie weken na de bevrijding van Eindhoven, was de omroep van start gegaan met behulp van een in het geheim gebouwde zender van Philips.
‘Hier Herrijzend Nederland, de zender op vrije vaderlandse grond,’ klonk het vanuit het Philips Ontspanningsgebouw in Eindhoven, want aan echte studio’s ontbrak het nog. Als gevolg van een
groot gebrek aan radio-ontvangtoestellen, en een strenge rantsoenering van de elektriciteit, zullen maar weinig Nederlanders die uitzendingen hebben beluisterd.
De zender, voortgekomen uit Radio Oranje moest ‘de stem van de hoop’ worden voor het nog niet bevrijde deel van Nederland. Herrijzend Nederland gaf mensen weer kracht en vertrouwen om het gewone leven op te pakken. Voor het bevrijde deel van het land groeide de zender zelfs uit tot een van de belangrijkste nieuwsbronnen. Ze deed verslag van de bevrijding van Den Bosch en Tilburg, de hevige strijd in Zeeland, en trok direct na de capitulatie met de geallieerden het bevrijde West-Nederland binnen.
De traditionele omroepen hadden geen bemoeienis met Herrijzend Nederland. Hilversum probeerde vanaf 1940 met vallen en opstaan een samenwerking met de bezetter aan te gaan. Want het stopzetten van de uitzendingen zou betekenen dat de omroep in handen zou vallen van de NSB, die de luisteraar ongetwijfeld zou overspoelen met nationaalsocialistische propaganda.
Nadat eerst was geprobeerd een eigen, aan de Nieuwe Orde aangepaste nationale omroep op te zetten, werden de bestaande omroepen uiteindelijk toch buitenspel gezet. Hun bestuurders werden met wachtgeld naar huis gestuurd en hun bezittingen – waaronder de door leden bekostigde studio’s – in beslag genomen.
Vanaf dat moment verhevigde zich de strijd tussen Londen (Radio Oranje) en de door Duitsers geleide Rijksomroep, compleet met propagandaoorlogen, geheime zwarte zenders en nepnieuws, vergelijkbaar met wat je tegenwoordig op sociale media ziet.
In 1943 vorderde Berlijn zelfs een van de Hilversumse zenders om in te zetten voor Europese propaganda. Ook werd een verbod op radiotoestellen ingevoerd om te voorkomen dat Nederlanders nog langer naar Radio Oranje konden luisteren. Ook in de laatste oorlogsmaanden, toen de Rijksomroep feitelijk al was opgeheven, bleven de Duitsers de geallieerden vanuit Hilversum bestoken met propaganda.
Na de oorlog eisten de omroepen volledig herstel van hun rechten, hoewel hun terugkeer niet vanzelfsprekend was, zeker niet in de ogen van de toenmalige regering-Schermerhorn, die in Herrijzend Nederland de ideale nationale omroep zag en de oude omroepen als collaborateurs. Het leidde begin 1946, terwijl (oud) omroepbestuurders werden gehoord door commissies voor de Zuivering van het Radio-omroeppersoneel en AVRO-oprichter Willem Vogt door de geheime dienst persona non grata werd verklaard, tot een moeizaam compromis in de vorm van de Stichting Radio Nederland in de Overgangstijd, waarin de oude omroepen en Herrijzend Nederland tegen hun zin samenwerkten.
Nog geen jaar later zaten de omroepen met nieuwverworven rechten alsnog stevig in het zadel en werden de fundamenten gelegd van het huidige omroepbestel. En dat niet alleen: de naoorlogse omroepstrijd leverde ook de Wereldomroep en de eerste regionale omroepen op.
Oorlog op de radio schetst voor het eerst een compleet beeld van de radiogeschiedenis in en rond de oorlogsjaren. Jan Libbenga legt de nadruk op de intense strijd tussen Radio Oranje, de Rijksradio en Radio Herrijzend Nederland, gebruikmakend van het onlangs beperkt vrijgegeven oorlogsarchief waarover historici eerder niet konden beschikken.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten